NL | FR
Contact     .be
Logo

Sobane-strategie toegepast op PSYCHOSOCIALE ASPECTEN

Psychosociale aspecten

U kan de brochure raadplegen en gratis aanvragen in de module Publicaties.

Voor meer informatie, raadpleeg onze andere pagina’s op de website:

Niveau 2, Observatie

  • Inleiding tot de methode
  • De observatiemethode is opgenomen in hoofdstuk 2 van de brochureObservatie_KL 
  • Hulpfiches om deze risicofactor beter te begrijpen zijn beschikbaar in de bijlages van de brochure
  • Invulbare versie (DOC, 355 Kb) om het verslag op te stellen

Niveau 3, Analyse

  • Inleiding tot de methode
  • De observatiemethode is opgenomen in hoofdstuk 3 van de brochureAnalyse_KL 
  • Hulpfiches om deze risicofactor beter te begrijpen zijn beschikbaar in de bijlages van de brochure

 

Inleiding tot de methodes

Niveau 2: Observatie

Inleiding

DoelstellingenObservatie
  • Bestuderen van de situatie voor wat betreft de psychosociale aspecten.
  • De maatregelen bepalen die onmiddellijk kunnen genomen worden om de risico’s te verbeteren.
Wie?
  • De werknemers en hun staf die zeer goed de situatie kennen,
  • De verantwoordelijken (staf, studiebureau, interne preventieadviseurs) die de werksituatie goed kennen.
Hoe?Beeldscherm observatie

Een meer gedetailleerde beschrijving van de toepassing van de Observatiegidsen wordt beschreven in de algemene inleiding van de SOBANE strategie.
Enkel de voornaamste richtlijnen worden hieronder vermeld.

De werkmethode is vergelijkbaar met deze gebruikt tijdens het niveau 1, Opsporingmethode (Déparis), en de deelnemers zouden dezelfde moeten zijn:

  1. Keuze van een "arbeidssituatie”. Dit is een kleine groep werkposten die samen een geheel vormen.
     
  2. Aanduiden van een coördinator.
     
  3. Voorbereiding van de coördinator: hij leest de Observatiegids grondig, leert hoe ze te gebruiken en past ze aan de betrokken arbeidssituatie aan.
     
  4. Oprichten van een werkgroep samengesteld uit de belangrijkste werknemers en personen van de technische omkadering.
    Als er zowel mannen als vrouwen tewerkgesteld zijn in de onderzochte arbeidssituatie, zullen beide sexen in de werkgroep vertegenwoordigd zijn.
     
  5. Vergadering van de werkgroep in een rustig lokaal dicht bij de werkposten (gemiddeld gedurende een tweetal uren).
     
  6. Duidelijke uitleg door de coördinator over het doel van de vergadering en de procedure.
     
  7. Discussie over elke rubriek met de nadruk op:
    • wat concreet kan gedaan worden om de situatie te verbeteren, door wie en wanneer
    • datgene waarvoor, op Analyse niveau, de hulp van een preventieadviseur moet worden ingeroepen.

      Tijdens de discussie over de werksituatie wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de werknemers. Er wordt speciale aandacht besteed aan het feit dat het om mannen of vrouwen gaat, jonge of oudere werknemers, mensen die de taal al of niet kennen …
       
     
  8. Na de vergadering maakt de coördinator een syntheseverslag van de voorgestelde oplossingen. Dit omvat:
    • de gebruikte tabellen, met duidelijke informatie zoals besproken tijdens de vergadering
    • de lijst met mogelijke oplossingen met voorstel van wie doet wat en wanneer
    • de lijst met de meer in detail te bestuderen punten op niveau 3, Analyse, en hun prioriteiten.
       
     
  9. De resultaten worden voorgesteld aan de deelnemers van de werkgroep, aan de directie en aan de comité van preventie en bescherming op het werk. Er kunnen punten aangepast of toegevoegd worden en beslissingen genomen worden tijdens deze vergaderingen.
     
  10. Vervolg van de studie voor de niet opgeloste problemen door een methode van het niveau 3, Analyse.

Wanneer het niet lukt om een vergadering met 3 tot 6 medewerkers te organiseren, zal de coördinator het observatieniveau zelf sturen. Dit gebeurt best in samenwerking met 1 of 2 werknemers en het overleg kan eventueel op de werkvloer georganiseerd worden.

Deze situatie is niet ideaal maar blijft nuttig om de preventie te bevorderen. Op deze manier kan het eventueel beroep doen op een extern deskundige voorbereid worden.

Te bespreken punten

De hierna beschreven Observatieprocedure behandelt volgende aspecten:

  1. Autonomie en individuele verantwoordelijkheden
    • Graad van initiatief, autonomie
    • Contactvrijheid
    • Verantwoordelijkheden
    • Fouten
       
     
  2. Werkinhoud
    • Rolambivalentie
    • Rolconflicten
    • Diversificatie en werkbelang
    • Aandachtsniveau
    • Beslissingen
    • Bekwaamheden
    • Opleiding
       
     
  3. Tijdsdruk
    • Uurroosters en werkduur
    • Werkritme
    • Vertragingen en onderbrekingen
    • Autonomie van de groep
    • Pauzes
       
     
  4. Arbeidsverhoudingen onder het personeel en met de hiërarchie
    • Relaties tussen werknemers
    • Relaties tussen binnendiensten
    • Soort leiderschap – de hiërarchie
    • Relaties met de hiërarchie
    • Functioneringsgesprek
    • Evaluatiegesprek
       
     
  5. Psychosociale omgeving
    • Tewerkstelling
    • Toekomstperspectieven
    • Lonen
    • Pesten en discriminatie
    • Sociaal overleg
    • Sociaal klimaat
     

Misschien zijn niet al deze aspecten toepasbaar op de werksituatie in Observeren. Allereerst moeten dus de aspecten worden geselecteerd die betrekking hebben op deze werksituatie.

  • Dat moet gebeuren op basis van de resultaten van de besprekingen op de Déparis bijeenkomst. De bovenstaande 5 themacategorieën komen overeen met de 5 laatste tabellen van de Déparis overleggids. De onvoldoende aan bod gekomen aspecten op het vlak van Déparis of die waarvoor geen preventiemaatregelen konden worden gevonden of die onvoldoende blijken om tot een aanvaardbare werksituatie te komen, worden in aanmerking genomen.
     
  • Vaak is er bij het eerste gebruik van de Déparis gids nog geen echte overlegsfeer en blijven de besprekingen van deze 5 tabellen enigszins vaag. Het is dus de taak van de coördinator en de preventieadviseur-coach om de aspecten te wissen die geen verband houden – zelfs niet potentieel – met de werksituatie: vertragingen en onderbrekingen indien het om regelmatig werk gaat bijvoorbeeld, overuren wanneer die nooit worden gepresteerd, lonen indien die van elders worden opgelegd (in het onderwijs bijvoorbeeld)…
    Er wordt aanbevolen om elk aspect kort te overlopen alvorens er wordt beslist om het in aanmerking te nemen of niet, en niet alleen op de benaming af te gaan.
Terminologie
  • Stress: Het begrip stress is de door een groep werknemers als negatief ervaren toestand, die gepaard gaat met klachten of functiestoornissen op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak en het gevolg is van het feit dat de werknemers niet in staat zijn om aan de eisen en verwachtingen binnen hun werksituatie te voldoen.
    • Definitie van stress, risicofactoren
    • Wettelijk kader voor stress op het werk
    • Gegevens over stress op het werk
       
     
  • Mentale werklast: Volgens ISO 10075-2 is de mentale werklast afhankelijk van:
    • De vereisten van de taak: beperkte tijd, complexiteit, snelheid, nauwkeurigheid, gevraagde aandacht…
    • De verwerkingscapaciteiten van de met de uitvoering van deze taak belaste persoon.
       
     
  • Geweld op het werk: Elke feitelijke situatie waarin een werknemer of een andere persoon psychisch of fysiek wordt achtervolgd, bedreigd of lastig gevallen bij de uitvoering van het werk.
     
  • Pesten op het werk: Herhaald ongerechtvaardigd gedrag van elke aard, buiten of binnen de onderneming of instelling, dat voornamelijk tot uiting komt in gedrag, woorden, intimidatie, handelingen, gebaren en eenzijdige geschreven berichten, en dat tot doel of gevolg heeft dat de persoonlijkheid, waardigheid of psychische of fysieke integriteit van een werknemer (of een andere persoon op wie de wet van toepassing is) bij de uitvoering van zijn werk hierdoor schade ondervindt, dat zijn tewerkstelling in gevaar wordt gebracht of dat een intimiderende, vijandige, onterende, vernederende of kwetsende sfeer wordt gecreëerd.
     
  • Ongewenst seksueel gedrag op het werk: Elke vorm van verbaal, non-verbaal of lichamelijk gedrag van seksuele aard, waarvan diegene die er zich schuldig aan maakt, weet of zou moeten weten dat daarmee de waardigheid van mannen en vrouwen op de werkvloer schade wordt berokkend.
     
  • Discriminatie: Elk verschil in behandeling voornamelijk op basis van geslacht, leeftijd, een zogenaamd ras, kleur, afkomst, nationale of etnische oorsprong, seksuele geaardheid, religieuze of filosofische overtuiging, gezondheidstoestand, handicap… en dit zonder dat daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.

Niveau 3: Analyse

Net als voor de andere risicodomeinen (elektrische, chemische risico’s…) en volgens de algemene filosofie van de SOBANE-strategie, vereist het Analyseniveau de hulp van een in dat welbepaalde domein gespecialiseerde preventieadviseur: in dit geval is dat de preventieadviseur belast met psychosociale aspecten.Analyse 

In tegenstelling tot de andere domeinen beschrijft deze brochure aangaande de preventie van psychosociale problemen geen Analyseprocedure als vervolg op de procedure van Observatieniveau 2, maar wordt verwezen naar een reeks tools die in België en elders werden uitgewerkt m.b.t. de diagnose van probleemsituaties en de individuele of collectieve behandeling van deze problemen.

De SOBANE-strategie die is toegepast op de psychosociale aspecten omvat, meer nog dan voor de andere risicotypes, tools voor het anticiperen op problemen. In die zin verschilt ze grondig van de zeer talrijke min of meer erkende probleemdiagnosetools of tools voor de behandeling van problemen die de afgelopen 20 jaar zijn opgedoken.

Heel wat van die tools zijn terug te vinden op de Nederlandstalige en Franstalige site van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die gewijd zijn aan deze psychosociale problemen:

Deze tools kunnen grosso modo in 3 klassen worden onderverdeeld:Beeldscherm observatie 

  • Diagnosetools gebaseerd op een bevraging:

    Deze tools zullen in bepaalde gevallen vooraf zijn gegaan aan de Déparis Opsporings- en Observatievergaderingen. Dit is het geval wanneer een onderneming vooraf een algemeen of lokaal overzicht wil maken of in de nasleep van een aantal negatieve indicatoren (verspreide klachten, absenteïsme, malaise…).
    • bij voorbeeld: RATOG en RATOG-KMO, IDI, S-ISW, WOCCQ, S-IC, Checklist voor het voeren van opvang en verkennende gesprekken, Vademecum voor de diagnose van relationeel leed op het werk
       
     
  • Tools als gids bij discussies. Deze tools zijn met dezelfde doelstellingen uitgewerkt als de SOBANE-Psychosociale Aspecten Observatiegids beschreven in deze brochure. De specifieke kenmerken van deze SOBANE-Observatiegids zijn niettemin dat:
    • Deze alle psychosociale risicofactoren omvat, zonder bepaalde van die factoren voorrang te geven.
    • De SOBANE-benadering lokaal van aard is en de partners in een gegeven arbeidssituatie bijeenbrengt en tracht ze ertoe te brengen om samen te beslissen over nieuwe organisatorische praktijken.
       
     
  • Interventietools op individueel niveau: Deze tools zijn uitsluitend gericht op adviseurs belast met psychosociale aspecten en geven ze de mogelijkheid om een bewezen geval van pesterijen te behandelen.
    • bij voorbeeld: Praktijkgids “Van meningsverschil tot hyperconflict” en Vademecum voor de diagnose van relationeel leed op het werk (fiche 24)
     


Het Analyseniveau kan betrekking hebben op andere interventievelden dan diegene behorende tot de tools die voorafgaand geciteerd werden. Zodra het Observatieniveau aan het licht heeft gebracht welke gebreken er zijn, bijvoorbeeld wat de technische of tijdsorganisatie van het werk aangaat, de aanpassing en instandhouding van competenties, de organisatie van pauzes, het delen van verantwoordelijkheden…, moet er onderzoek worden gedaan om die aspecten te hervormen, optimaliseren en verbeteren.

Deze meer gerichte en gespecialiseerde onderzoeken zijn de onderzoeken die, conform de filosofie van de SOBANE-strategie, op het vierde niveau, Expertise, zouden worden aanbevolen. In dit geval van psychosociale risico’s lijkt het gerechtvaardigd om niveau 3 en 4 (Analyse en Expertise) samen te voegen.

Deze onderzoeken waarbij dieper wordt ingegaan op specifieke punten, worden uitgevoerd door mensen die meestal experts zijn op het vlak van bedrijfsorganisatie en -beheer.

Net als voor de andere risicodomeinen is het essentieel om hier te benadrukken dat deze experts een tussenkomst moeten doen na de Observatievergaderingen en de groepen die daaraan deel hebben genomen het volgende moeten verschaffen:

  • de nodige onderzoeksmethoden;
  • de vaardigheden voor onderzoek van welbepaalde oplossingen.

Er worden geen werkdocumenten gepresenteerd, want het onderzoek gebeurt door experts die de informatie afstemmen op het geval in kwestie. De Expertise moet bijgevolg het volgende omvatten:

  • rechtvaardiging van de gebruikte technieken;
  • aanbevolen preventie-/verbeteringsmaatregelen;
  • wie wat wanneer doet

Deze samenvatting moet opnieuw worden gemaakt door de werkgroepen die, na de Déparis-vergaderingen, hebben nagedacht over de werksituaties.
 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy