|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Naast deze beschrijving is er in de rubriek een plaats voorzien waar de Déparis-coördinator (zie hierna) noteert wat er concreet kan worden gedaan om de situatie te verbeteren. Tegelijk moet uit de discussie blijken:
In het derde vak van iedere rubriek besluit de Déparis-coördinator voor welke aspecten een diepgaandere studie (niveau Observatie) nodig is om de oplossingen die tijdens de discussies voorgesteld werden, bij te sturen. Bijvoorbeeld:
Ten slotte zal de groep die de studie leidt een globaal oordeel (eindindicator) vellen over de prioriteit van de uit te voeren veranderingen. De beoordeling gebeurt aan de hand van een intuïtief figuratief systeem met kleuren en smileys:
Een systeem waarbij gebruik wordt gemaakt van een cijfercode werd opzettelijk vermeden daar de ervaring leert dat dit leidt tot nutteloze discussies en interpolaties. De voorkeur werd gegeven aan een systeem met 3 niveaus om de dichotomische benadering (2 niveaus: goed en slecht, reglementair of niet...) of het zoeken naar nutteloze verschillen (meer dan drie niveaus), te vermijden. Op het einde van de 18 rubrieken worden de resultaten in twee tabellen samengevat:
In de mate van het mogelijke werd overlapping tussen verschillende rubrieken vermeden teneinde vrij complementaire rubrieken te bekomen. Een volledige scheiding is nochtans niet mogelijk noch wenselijk want, zoals reeds gezegd, de arbeidssituatie is een geheel en wordt door de werknemers als een geheel beschouwd waar de verschillende aspecten op elkaar inwerken, elkaar versterken en elkaar neutraliseren. De Déparis-methode wordt voorgesteld in bijlage 1 en is beschikbaar op de site van de SOBANE-strategie www.sobane.be. Een gedetailleerd gebruiksexemplaar met overzichtstabellen wordt voorgesteld in bijlage 2. De brochure die hier wordt voorgesteld, is een algemene brochure en de lezer zal snel begrepen hebben dat hij, omwille van dit algemene karakter, kan dienen als basis voor de Opsporing in alle arbeidssituaties, maar aan geen enkele in het bijzonder aangepast is. De 18 rubrieken moeten immers in bijna alle gevallen worden behandeld, maar een arbeidssituatie in de ziekenhuissector is behoorlijk anders dan deze op een bouwwerf of in de tertiaire sector. Vandaar dat de brochure moet worden aangepast aan de specifieke kenmerken van de verschillende sectoren. Een aantal “sectorale” brochures werden en zullen nog worden ontwikkeld. Ze zijn beschikbaar op de site www.sobane.be zodat gemakkelijker kan worden overgestapt op een gids die is aangepast aan de reëele karakteristieken van de te bestuderen arbeidssituatie. 3. Checklist voor bijkomende controle van de grote risico’sZoals we hierna uitgebreid zullen zien, is participatie een proces dat langzaamaan begint en dat nooit eindigt. Talrijke voorwaarden moeten worden vervuld opdat de participatie vlot verloopt: betrokkenheid van de directie en de hiërarchische lijn, opleiding van de hoofdrolspelers bij het overleg... Het proces verbetert stilaan deze betrokkenheid, deze opleiding, dit vertrouwen... Het is echter normaal dat de resultaten, bij het begin van het proces onvolledig zijn. Er kunnen in de arbeidssituatie immers risico’s van zo’n ernst bestaan, dat het niet aanvaardbaar is voldoende resultaten van de participatie alleen te verwachten. Bepaalde aspecten,zoals de risico’s inzake elektriciteit of brand, kunnen overigens volledig worden vergeten tijdens een overlegvergadering indien deze geen rechtstreekse invloed hebben op de arbeidssituatie. Het is dus noodzakelijk dat er, naast het participatieve proces, een systeem bestaat voor controle van de grote technische risico’s. Dit bestaat over het algemeen uit een inspectie van de arbeidssituatie door een preventieadviseur aan de hand van een controlelijst. Elke controlelijst die de belangrijkste aspecten inzake gezondheid en veiligheid in de arbeidssituatie bestrijkt, kan worden gebruikt. De preventieadviseur die deze bijkomende inspectie bij de Déparis-methode uitvoert, heeft er evenwel belang bij een controlelijst te gebruiken die hierbij aansluit. Dat kan de Déparis-methode zelf zijn of wanneer het gaat om de controle van de essentiële punten, kan de preventieadviseur gebruik maken van de Déparis checklist. Deze checklist wordt voorgesteld in bijlage 3. Hij bevat hoofdzakelijk dezelfde items als de Déparis-methode voor de volgende aspecten:
Beide benaderingen zijn wel degelijk aanvullend. De inspectie van de werkplaatsen kan geen betrekking hebben op de ervaring, maar enkel op wat men ziet, voelt, hoort en rechtstreeks meet op de dag waarop deze inspectie plaatsvindt. Afhankelijk van de evolutie van het participatieve proces zou de rol van deze checklist moeten afnemen en eerder een auditsysteem en een beheersinstrument moeten worden voor de preventieadviseur – coach waarvan we de rol hierna in hoofdstuk H verduidelijken. Het moet evenwel zeer duidelijk zijn dat
Operationele geldigheid van de Deparis-methode
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Synthese van de Déparis-studie van de drukkerij |
|
1. Lokalen en werkzones |
|
| 2. Organisatie van het werk |
|
| 3. Arbeidsongevallen | |
| 4. Elektrische risico's en brandgevaar | |
| 5. Bedieningsmiddelen en signalen | |
| 6. Materiaal, handgereedschap, machines | |
| 7. Werkhoudingen | |
| 8. Krachtinspanningen en goederenbehandeling | |
| 9. Verlichting | |
| 10. Lawaai | |
| 11. Luchthygiëne | |
| 12. Thermische omgevingsfactoren | |
| 13. Trillingen | |
| 14. Autonomie en individuele verantwoordelijkheden | |
| 15. Inhoud van het werk | |
| 16. Tijdsdruk | |
| 17. Arbeidsverhoudingen tussen werknemers en hiërarchische lijn | |
| 18. Psychosociale omgeving | |
Nr. |
Wie? |
Doet wat en hoe? |
Kost |
Wanneer? |
||
plan |
uitvoering |
|||||
1 |
werknemers |
|
0 |
-/-/- |
-/-/- |
|
2 |
werknemers |
|
0 |
-/-/- |
-/-/- |
|
3 |
werknemers |
|
0 |
-/-/- |
-/-/- |
|
4 |
onderhoud |
|
0 |
-/-/- |
-/-/- |
|
5 |
werknemers |
|
0 |
-/-/- |
-/-/- |
|
6 |
preventieadv. |
|
0 |
uitdiepen |
||
7 |
werknemers |
|
0 |
-/-/- |
-/-/- |
|
8 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
9 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
10 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
11 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
12 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
13 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
14 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
15 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
16 |
directie |
|
0 |
uitdiepen |
||
17 |
werknemers |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
18 |
onderhoud |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
19 |
directie |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
20 |
onderhoud |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
21 |
preventieadv. |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
22 |
preventieadv. |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
23 |
preventieadv. |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
24 |
onderhoud |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
25 |
onderhoud |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
26 |
onderhoud |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
27 |
onderhoud |
|
€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
28 |
directie |
|
€ |
uitdiepen |
||
29 |
directie |
|
€ |
uitdiepen |
||
30 |
preventieadv. |
|
€ |
uitdiepen |
||
31 |
directie |
|
€€ |
uitdiepen |
||
32 |
onderhoud |
|
€€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
33 |
preventieadv. |
|
€€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
34 |
onderhoud |
|
€€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
35 |
preventieadv. |
|
€€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
36 |
directie |
|
€€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
37 |
onderhoud |
|
€€ |
-/-/- |
-/-/- |
|
38 |
preventieadv. |
|
€€ |
uitdiepen |
||
39 |
preventieadv. |
|
€€ |
uitdiepen |
||
40 |
preventieadv. |
|
€€ |
uitdiepen |
||
41 |
directie |
|
€€ |
uitdiepen |
||
42 |
preventieadv. |
|
€€€ |
uitdiepen |
||
1. Lokalen en werkzones |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: organisatie van de werkzone, vloerbedekking |
|
2. Organisatie van het werk |
|
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
3. Arbeidsongevallen |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: de individuele bescherming systematisch herzien |
|
4. Elektrische risico's en brandgevaar |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren? Elektriciteitsrisico’s
Brandrisico
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: het aantal en de plaats van de brandblussers herzien |
|
5. Bedieningsmiddelen en signalen |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren? niets te melden |
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
6. Materiaal, handgereedschap, machines |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
7. Werkhoudingen |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
8. Krachtinspanningen en goederenbehandeling |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
9. Verlichting |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
10. Lawaai |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
11. Luchthygiëne |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
12. Thermische omgevingsfactoren |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
13. Trillingen |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
14. Autonomie en individuele verantwoordelijkheden |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
15. Inhoud van het werk |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten: - |
|
16. Tijdsdruk |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
17. Arbeidsrelaties tussen werknemers en hiërarchische lijn |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
18. Psychosociale aspecten |
|
Wat concreet doen om de situatie te verbeteren?
|
|
Meer in detail te bestuderen aspecten:
|
|
Synthese van de Déparis-studie van de drukkerij |
|||
1. Lokalen en werkzones |
|
|
|
| 2. Organisatie van het werk |
|
|
|
| 3. Arbeidsongevallen |
|
|
|
| 4. Elektrische risico's en brandgevaar |
|
|
|
| 5. Bedieningsmiddelen en signalen |
|
|
|
| 6. Materiaal, handgereedschap, machines |
|
|
|
| 7. Werkhoudingen |
|
|
|
| 8. Krachtinspanningen en goederenbehandeling |
|
|
|
| 9. Verlichting |
|
|
|
| 10. Lawaai |
|
|
|
| 11. Luchthygiëne |
|
|
|
| 12. Thermische omgevingsfactoren |
|
|
|
| 13. Trillingen |
|
|
|
| 14. Autonomie en individuele verantwoordelijkheden |
|
|
|
| 15. Inhoud van het werk |
|
|
|
| 16. Tijdsdruk |
|
|
|
| 17. Arbeidsverhoudingen tussen werknemers en hiërarchische lijn |
|
|
|
| 18. Psychosociale omgeving |
|
|
|