NL | FR
Contact     .be
Logo

Basisprincipes

De Welzijnswet vereist dat de werkgever de nodige maatregelen neemt om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers in alle aspecten aangaande het werk te bevorderen, door de algemene principes van preventie aan te wenden:

  1. Risico’s vermijden
  2. Niet te vermijden risico’s evalueren
  3. Risico’s aan de bron bestrijden
  4. Het werk aanpassen aan de mens
  5. De preventie plannen en het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk uitvoeren door middel van een systeemaanpak die onder meer de volgende elementen integreert: de techniek, de arbeidsorganisatie, de levensomstandigheden op het werk, de sociale betrekkingen en de omgevingsfactoren op het werk.

De SOBANE-strategie reikt elementen aan zodat men op een zeer efficiënte en realistische wijze aan deze eisen kan voldoen.
De strategie steunt op enkele fundamentele basisprincipes.

1. Preventie primeert

De nadruk moet gelegd worden op de preventie van risico’s en op de verbetering van alle fysieke en sociale elementen van de werksituatie en niet op de bescherming en het gezondheidstoezicht.

2. Risicofactoren en risico’s

Een risicofactor is een aspect van de arbeidssituatie dat de eigenschap bezit op een negatieve manier te interfereren met de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemer.

Het risico dat hieruit voortvloeit hangt af van de graad van blootstelling aan deze risicofactor en de omstandigheden waarin deze blootstelling plaatsvindt.  Het is dus de waarschijnlijkheid een risico met een zekere ernst te ontwikkelen (G), rekening houdend met de blootstelling (E) aan de risicofactor, de omstandigheden (C) waarin deze blootstelling plaatsvindt en de opleiding en motivatie (F) m.b.t. de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemer die eraan wordt blootgesteld.

Dit kan als volgt worden samengevat: R = E x C x G x F

Het verminderen van het risico dient op een coherente manier te gebeuren, rekening houdend met deze verschillende aspecten:

  • E: door de werkorganisatie (vermindering aan de bron…),
  • C: door collectieve beschermingsmiddelen,
  • G: door persoonlijke beschermingsmiddelen
  • F: door vorming

De Déparis-overleggids tracht om deze 4 onderdelen tegelijkertijd te behandelen.

3. Complementariteit van de beschikbare competenties

De competenties op het vlak van veiligheid en gezondheid gaan in stijgende lijn van de werknemer, over de hiërarchische lijn en de interne preventieadviseur, de arbeidsgeneesheren, de externe preventieadviseurs, … tot de expert.

Nochtans vermindert tegelijkertijd de kennis van wat zich in werkelijkheid op de werkvloer afspeelt.
Het is dus belangrijk de kennis van beide kennisdomeinen, in functie van de noden, op een coherente manier samen te brengen.

4. De werknemer: centrale figuur van de preventie

Het doel van preventiemaatregelen is het bewaren of verbeteren van het welzijn van de werknemer.  Daarom is het aangewezen om geen belangrijke acties te ondernemen zonder kennis van de arbeidssituatie die enkel de werknemer in detail kent. De werknemer is als dusdanig de spilfiguur en niet enkel het object van de preventie.

5. Oorsprong van de problemen

De werknemer ‘beleeft’ zijn werksituatie als een geheel en niet als onafhankelijke en afzonderlijke feiten: lawaai heeft een invloed op relaties, de technische organisatie tussen de werkposten heeft een invloed op de musculoskeletale risico’s, de verdeling van verantwoordelijkheden heeft een invloed op de inhoud van het werk.

Een coherente actie m.b.t. de werksituatie vereist een systematische en globale benadering van deze situatie.  Deze aanpak heeft het voordeel elk opkomend probleem in de juiste context te kunnen plaatsen.

6. Schatting vs meting

Bij risico-evaluatie primeert de kwantificatie van risico’s. Preventie vereist een andere aanpak: men dient het waarom van  bepaalde aspecten te begrijpen om zo te kunnen beslissen hoe ze te wijzigen.  De “globale arbeidssituatie” zal hierdoor verbeteren.

Metingen zijn duur, tijdrovend, moeilijk en vaak weinig representatief. Het is dus essentieel in eerste instantie eenvoudige oplossingen te zoeken.
Preventie primeert dus boven risico-evaluatie.

7. KMO

De methodes die ontwikkeld worden in grote ondernemingen zijn niet toepasbaar in KMO’s. In omgekeerde richting is dit wel het geval. De methodes worden dan ook best ontwikkeld in functie van de middelen en competenties die in de KMO’s beschikbaar zijn. KMO’s stellen 60% van de loontrekkenden tewerk.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy